Verhalen

Bijzondere verhalen uit de geschiedenis van VDZ.

Verhalen

Hier vind je de volgende verhalen uit de rijke geschiedenis van VDZ. 

  • Voetballen op het Roomse pad - VDZ & DVC'26
  • Wat gebeurde er verder in het jaar 1926?
  • Oudste tribune van Nederland
  • Spits en topscorer Ad Witjes
  • Kruisje slaan voor de aftrap
  • Ode aan de vrijwilliger
  • VDZ in de Tweede Wereldoorlog

Heb je een bijzonder, leuk of interessant verhaal over VDZ? Stuur die dan naar volharder@vdz-arnhem.nl

Voetballen op het Roomse pad - VDZ & DVC'26

Door Jasper de Kinkelder

Hoe Kapelaan Janssen twee voetbalclubs verbond
Andreas Franciscus Antonius Janssen werd in 1897 geboren in Spijk, volgde de kleinseminarie in Culemborg, de grootseminarie in Rijzenburg en startte zijn vrome loopbaan in de Sint Martinuskerk in Bussloo. In 1923 werd hij naar de Eusebiusparochie aan het Nieuwe Plein in Arnhem gezonden en nam hij de geestelijke zorg op zich voor de bezoekers van het Sint Franciscushuis, op de hoek van Utrechtse en Hulkesteinseweg.

De verzuiling van Nederland was toen in volle gang. De rangen werden gesloten, gelijkgestemden werden opgezocht. Iedere zuil richtte zijn eigen verenigingen op. Maar met het katholiek voetbal in Arnhem wilde het nog niet vlotten. Clubs werden wel opgericht, maar kwamen niet echt van de grond. In tegenstelling tot de neutrale verenigingen, zoals Vitesse en Eendracht Arnhem. Het was de Rooms Katholieke Voetbalcommissie een doorn in het oog. Zeker omdat de kerk er zo'n belangrijke missie van had gemaakt. Voetbal kon de zorgen over de opkomende industriële samenleving, het gebrek aan sociale cohesie en zelfs vervreemding tegengaan, zo werd gedacht. Met andere woorden: katholieke jongens en mannen konden maar beter niet bij neutrale verenigingen spelen. Zelfs er tegen voetballen was niet gepast.

Een 'zielig troepje' met een missie
Kapelaan Janssen kreeg de opdracht om een vereniging te beginnen in het westen van Arnhem. Dat deed hij samen met onder meer de heer Beke (bestuurslid van het Sint Franciscushuis) en Jan Brouwer, die eens onder de lat bij het katholiek Nederlands elftal had gestaan. Vanaf de oprichting in augustus 1926 werd er in het Arnhemse nogal smalend over 'dat zielige troepje Roomschen' gedaan. Maar de aanpak van het eerste bestuur en geestelijk adviseur Janssen wierp zijn vruchten af. VDZ groeide gestaag. Dat was onlosmakelijk verbonden aan de persoonlijke inzet en opvattingen van de kapelaan. Dat bleek ook wel toen spelers van andere katholieke clubs de overstap maakten: bij VDZ waren dansavonden wél toegestaan. Van bandeloosheid was echter geen sprake. De leden werden met regelmaat op hun plichten gewezen, aanwezigheid in kerk en bij trainingen was niet vrijblijvend en in elk schrijven van de club stond een streng en stichtelijk woord van de kapelaan.

Kapelaan Janssen verlaat VDZ
In 1938 werd de kapelaan tot pastoor benoemd. En daarmee kwam doorgaans ook een andere standplaats. Janssen vertrok naar het Groningse Bedum waar hij aan het roer stond van een kleine, maar welvarende parochie. VDZ liet hij - met de oorlogsjaren voor de boeg - stabiel en redelijk zorgeloos achter. De exacte rol van de kapelaan daarin is niet opgeschreven, maar het is veilig om te stellen dat hij haarfijn aanvoelde wat een club nodig had om te groeien én op het roomse pad te blijven. Misschien dat hij ook zelf wel van een feestje hield. Het 300-jarig bestaan van de Bedumse parochie werd in 1941 groots gevierd en ook zijn eigen jubileum in 1946 - toen hij 25 jaar priester was - ging niet geruisloos voorbij. De kerk kreeg nieuwe klokken, waarvan er een 'Andreas' ging heten. Een paar maanden later volgde zijn vertrek: Zijne Eminentie Joh. Kardinaal de Jong benoemde hem tot pastoor in Didam.

Een opdracht in Didam
Daar werd hij op een vrijdagavond in november, volgens goed gebruik, op de parochiegrens van Zevenaar en Didam door de leden van het kerkbestuur ingehaald. Hij kwam niet in een gespreid bedje terecht. Er werd wel wat van Janssen verwacht. Voornaamste doel: de bouw van een nieuwe kerk. Dat de zittende kapelaans niet echt op hem zaten te wachten (ze hadden iemand anders verwacht), maakten die eerste jaren niet makkelijker. Eerst de parochie, moet hij gedacht hebben. Maar in 1949 raakte hij weer bij een oude liefde betrokken: het voetbal. Hij werd geestelijk adviseur van de Didamse Voetbal Club, ook opgericht in 1926. En dat is hij maar liefst gebleven tot november 1974. Het grappig is: ook in die tijd had hij oog voor zijn oude, eerste club. Sterker nog, in 1951 nam hij zelfs zitting in de jubileumcommissie bij VDZ.

Belangrijke rol bij VDZ en DVC'26
De pastoor heeft dus een belangrijke rol gespeeld voor beide clubs. Dat merkt ook secretaris Jo Bolk van DVC'26 op: “Allen die hem gekend hebben, weten wat pastoor Janssen betekent heeft voor de vereniging. Hierbij kan in het bijzonder gedacht worden aan de periode in de jaren vijftig toen de vereniging zonder voorzitter zat en de pastoor op zich nam om als waarnemend voorzitter te fungeren. Ook kan worden gedacht aan zijn inbreng in bestuursvergaderingen, aan zijn woord tijdens de algemene ledenvergaderingen (een vast agendapunt in die tijd), aan zijn artikelen in het clubblad Samenspel en aan zijn preken tijdens de eucharistievieringen bij gelegenheid van de jaarlijkse seizoenopening. We kunnen met zekerheid stellen dat kapelaan en pastoor Janssen van grote betekenis is geweest voor beide rood-zwarte clubs.”

Andreas Franciscus Antonius Janssen overleed op 2 mei 1985. Hij werd 88 jaar.

De Kapelaan Janssen Cup
De onverwachte band tussen VDZ en DVC'26 komt met het honderdjarig bestaan van beide clubs pas echt goed aan het licht. Het is een bijzondere speling van het lot - hoewel katholieken daar natuurlijk niet echt in geloven. Het is hoe dan ook te bijzonder om ongemoeid te laten. Daarom hebben beide verenigingen besloten om André Janssen te eren in het jubileumjaar, via die andere band die we hebben: voetbal. Er wordt op 30 mei 2026 eenmalig - door allerlei teams - gestreden om de eer en een bokaal. Hou de komende tijd onze website of de Nieuwsflits in de gaten voor meer informatie.

Wat gebeurde er verder in het jaar 1926?

Door Sjors van Leeuwen

Terug naar 1926
In 1926 wordt voetbalvereniging VDZ in Arnhem opgericht: Volharding Doet Zegevieren. Rood shirt, zwarte broek, rode kousen. Wat gebeurde er 100 jaar geleden, in het oprichtingsjaar van VDZ, nog meer?

Nederland in 1926:
>7,47 miljoen inwoners
>Herstel van naweeën Eerste Wereldoorlog
>Watersnoodramp Noord-Nederland
>Radio breekt door als massamedium
>Oranje voetbalt vooral tegen buurlanden
>Nieuw: Blue Band margarine
>Groeiende industrialisatie rond Philips en havens
>Sportclub Enschede landskampioen voetbal

Arnhem in 1926:
>75.000 inwoners
>Overstroming binnenstad Arnhem
>Enka/Aku belangrijke pijler stadseconomie
>Veel kleine ambachtelijke familiebedrijven
>Bekende winkels De Gruyter, De Sphinx en Gorissen
>Burgers’ Zoo en Openluchtmuseum zijn al populair
>Vitesse, SML, Eendracht en ODO bestaan al
>VDZ (Volharding Doet Zegevieren) wordt opgericht

Internationaal in 1926:
>Duitsland treedt toe tot de Volkenbond
>Mussolini verstevigt zijn dictatuur in Italië
>Burgeroorlog en opstand in China en Indië
>Roaring Twenties (tot The Great Depression)
>T-Ford meest verkochte auto wereldwijd
>Oprichting Mercedes-Benz en Lufthansa
>Start filmstudio Metro-Goldwyn-Mayer (MGM)
>Hoogtijdagen van de stomme film

Iedereen doet mee!
VDZ is in al die jaren gegroeid naar een vereniging met 16 leden naar een vereniging met ruim 1600 leden. Met seniorenteams, jeugdleden, meiden/vrouwen, nieuwkomers, G-voetballers en Walking Footballers. VDZ is van, voor en door leden. Iedereen doet mee, iedereen telt mee.

Oudste tribune van Nederland

Door Communicatiecommissie

De overdekte zittribune bij het hoofdveld van VDZ is de oudste, nog in gebruik zijnde voetbaltribune van Nederland. Deze hoofdtribune heeft een capaciteit van 360 toeschouwers en werd 7 oktober 1923 officieel geopend. Het is daarmee enkele jaren ouder dan VDZ. Onder de tribune bevinden zich een materiaalhok en twee kleedkamers.

De Gemeente Arnhem begon in 1919 met de aanleg van Sportpark Cranevelt. De wijk Alteveer/Cranevelt bestond nog niet. Begin 1923 zat de gemeente met een probleem. Monnikenhuizen, de thuisbasis van Vitesse, was al jarenlang dé plek voor alle grote sportactiviteiten in Arnhem. De gemeente liep veel geld mis want alle inkomsten gingen naar Vitesse.

Sportpark Cranevelt, het volkssportpark van Arnhem, moest de nieuwe sportieve hotspot worden van Arnhem. Het veld lag er, alleen de tribune nog. Die kwam er met behulp van de toenmalige gebruiker vv Eendracht. Toen vv Eendracht in 1965 vertrok naar de nieuwe wijk Presikhaaf, werd VDZ de vaste bespeler van Sportpark Cranevelt.

De tribune is vernoemd naar de in 2001 overleden ‘bakker’ en VDZ-lid van verdienste Geert Egging. De stokoude tribune moet wijken voor het nieuwe clubhuis. De bouw start naar verwachting begin 2027. Eind dat jaar moet de nieuwbouw in gebruik worden genomen. De projectkosten worden geschat op 3,8 miljoen euro.

In april 2019 verscheen dit artikel op InDeHekken.net met schitterende foto's over een sfeerreportage van een wedstrijd van VDZ 1, met een hoofdrol voor de hoofdtribune. 

Spits en topscorer Ad Witjes

Door Oud-VDZ lid Hans Rothuizen

Tussen 1955 en 1965 heb ik als jongen bijna alle wedstrijden van VDZ-1 gezien. Het was een roemrijke periode: VDZ klom toen op van de 3e naar de 1e klas KNVB.

Mijn vader - Thees Rothuizen - was in 1926 als 18-jarige een van de oprichters van VDZ en bestuurslid van het eerste uur. Geen wonder dat wij, kinderen, meegezogen werden in zijn liefde voor de club. Bij zijn huwelijk met mijn moeder had hij als voorwaarde bedongen dat hij elke zondag naar VDZ mocht. Geen probleem voor moeder, wel zo rustig als pa de jongens, en soms ook de meisjes, meenam naar ‘t Cranevelt. Mijn broers en ik trokken dan ook al jong het rood-zwart aan. Broer Paul zou later nog in het Eerste spelen en in 1970 kampioen worden: een hoogtepunt in het VDZ-leven van mijn vader!

Als ik één speler zou moeten noemen die – naast Theo van Noesel, Joop Willems, Frits en Jan Brons, Paul Koevoet – veel indruk op mij heeft gemaakt dan is dat zonder twijfel spits en topscorer Ad Witjes. Hij kwam in 1961 als 19-jarige (van Eendracht?), was niet katholiek en moest dus om dispensatie vragen bij de geestelijk adviseur van VDZ (een voetbalminnende kapelaan). Maar toen kregen we ook wat te zien! Een krachtige atleet met een andere voetbalstijl dan de keurige ‘mooie’ stijl van de RK-vereniging. Of beter gezegd: hij was de perfecte aanvulling. In mijn herinnering kon hij vooral in uitwedstrijden (in het witte shirt) genadeloos toeslaan in de counter. Zijn drive en scherpte zijn me altijd bijgebleven. Jaren later – Ad Witjes was toen al op veel te jonge leeftijd overleden – heb ik over hem het volgende sonnet geschreven:

Ad Witjes

Als slagersjongen kon hij vlijmscherp snijden.
Zijn vrije tijd was helemaal verpacht
aan strakke doelpunten die hij, op jacht
naar glorie, concipieerde uit zijn dijen.

Een gouden combi hadden ze bedacht:
het katholieke team kon aardig breien,
slimme ballen geven, draaien, glijden.
Hém hadden ze voor scherpte en voor kracht.

Zijn zondag begon zonder Onze Vader,
zonder hoogmis, zonder brood en wijn.
Zijn eredienst was lopen, schieten, laden.

Hij lachte nooit. Hij wist: mijn rushes zijn
van hogerhand, mijn schot kent geen genade,
ik ben gezonden – in één rechte lijn.

Hans Rothuizen.

Ad Witjes zit gehurkt, onderste rij, twee van rechts. VDZ 1 kampioen 3e klasse in 1969/1970.

Kruisje slaan voor de aftrap

Door Clubbladcommissie

Op maandag 8 december 2025 overleed Ben Roelofs op de leeftijd van 99 jaar. Ben Roelofs werd geboren in 1926, het oprichtingsjaar van VDZ. Ben was sinds de oorlogsjaren lid van VDZ. Naast speler in zijn jonge jaren was Ben Roelofs in de jaren zeventig enkele jaren secretaris in het VDZ-bestuur. Ben bleef tot op zeer hoge leeftijd supporter van VDZ en kwam nog regelmatig op Sportpark Cranevelt. In 2023 wordt Ben Roelofs geïnterviewd door ons clubblad De Volharder. Daarin vertelt Ben onder andere het volgende.

Zestien waren we. Mijn vrienden en ik waren lid van de Jonge Wacht (een katholieke jeugdbeweging - redactie). Maar die vereniging werd door de Duitse bezetter opgeheven. Het was 1942. Om toch wat te doen te hebben, en om als vrienden bij elkaar te blijven, besloten we ons aan te melden bij de katholieke voetbalvereniging. Toen stond het clubhuis van VDZ nog aan de Karel van Gelderstraat. We mochten ons bewijzen in een oefenwedstrijd tegen een team van SML, op een veld aan de Amsterdamseweg. Een zandveld. Met nogal een hoogteverschil bovendien. We voetbalden de eerste helft heuvelop en de tweede helft heuvel af. Of andersom. Dat weet ik niet meer.

Een paar jaar later viel het team al uit elkaar. Zo ging dat toen. Ik speelde één keer in het eerste elftal en daarna moest ik, net als onder meer de VDZ-ers Kees Brakenhoff en Piet Rombouts, in militaire dienst. 1947 vertrok ik met De Volendam naar Indië. In 1951 kwam ik weer in Nederland en meldde ik mij weer bij VDZ. Ik trouwde en een jaar later ben ik voor het eerst vader geworden. Het prestatiegericht voetballen kwam daardoor op een lager pitje. En hoewel we ook in Indië voetbalden - ik organiseerde wedstrijdjes met en tegen de lokale bevolking - was het toch moeilijk om na vier jaar weer op niveau te gaan spelen. Vanaf toen gingen gezin en werk voor.

In 1971 stopte ik helemaal met voetballen en werd ik secretaris bij de club. Er waren toen 400 leden. Ik kom nog altijd heel graag op ‘t Cranevelt. Het grootste verschil tussen toen en nu is toch wel de drukte. De vereniging heeft nu zo veel leden! Het is een hele fijne club. Nog steeds. Maar er is veel veranderd. Weet je dat er vroeger gebeden werd voor de wedstrijden? En een kruisje slaan voor de aftrap was toen heel normaal.

Oude aan de vrijwilliger

Door Een vrijwilliger

Vrijwilligers...
Toen mijn dochter bij VDZ ging voetballen en ik voor het eerst het Sportpark Cranevelt bezocht, was ik al erg onder de indruk. Gewoon over hoe mooi het hier is. Als je vervolgens iets gaat doen voor de club, kom je er pas achter dat ieder team wordt getraind en gecoacht, de rommel van het veld wordt gehaald, kapotte dingen worden gerepareerd, bestellingen gedaan, administraties gevoerd, de bar wordt bemand en de keuken, een clubblad wordt geschreven, foto’s worden gemaakt, wedstrijden worden gescheidsrechterd en gevlagd, feesten worden georganiseerd, alles iedere dag wordt afgesloten en ’s morgens weer geopend, de rekeningen worden betaald, de tv’s het doen, de wedstrijden worden gepland, georganiseerd en de velden ingedeeld, eigenlijk teveel om op te noemen...

Ik had eerder nooit vrijwilligerswerk gedaan. Ik kon me niet voorstellen dat het iets zou zijn waar ik plezier aan zou beleven. Nu doe ik het wel en het geeft mij niet alleen plezier maar een enorm gevoel van waarde; en dat juist omdat ik er niet voor wordt betaald! Niemand wordt betaald hier en toch draait alles, iedere dag... nu al 100 jaar...

Hoe kan zoiets? Ik heb dat mysterie nog niet ontrafelt, maar misschien wel een stukje van de puzzel gevonden. Want als je niet betaald wordt en niemand anders betaald wordt, is iedereen gelijk. Er zijn eigenlijk geen eigenaren, bazen, managers of leidinggevenden. In de wereld van de vrijwilligers wordt je alleen beoordeeld op wie je bent en wat je doet. Wat mij betreft een gigantisch verschil met werken in een bedrijf.

Ons erelid, Steef Brinkhoff, heeft gevoetbald, is trainer geweest, bestuurder, onderhoudsman, gastheer voor bezoekende teams en Joost mag weten wat nog meer. Ik moet het hem nog eens vragen. Het maakt Steef niet zo uit wat hij doet, zolang hij maar iets doet dat anderen helpt en hij doet het zo goed als hij kan.

En zo is het voor ieder lid. Het maakt niemand uit welke functie je hebt. Het maakt uit dat je een bijdrage levert. En wat je ook doet, iedereen waardeert je erom. Misschien is dat wel echte gelijkheid. Bij een vrijwilligersclub ben je wat je voor je club doet. Niet waar je woont, je opleiding, hoeveel je verdient, bij welk bedrijf je werkt, in welke functie of on welke auto je rijdt en ik denk dat het dát is, wat een vrijwilligersclub zo mooi maakt. Leden doen hier niet iets omdat ze betaald worden of omdat ze moeten, maar alleen omdat ze het zelf willen, uit vrije wil...!! Hier werk doen betekent dat je iets in stand houdt waar iedereen plezier aan beleeft. Deze club zou niet bestaan als jij er niet was en heel veel mensen zoals jij.

Als je zegt: ‘ik ben van VDZ’, zeg je niet alleen, ik ben VDZ supporter, je zegt, ‘ik ben van de club en de club is van mij. De club, dat ben jij en de club, dat zijn wij!’

Een vrijwilliger.

VDZ in de Tweede Wereldoorlog

Door Communicatiecommissie

Op 4 mei herdenkt Nederland alle Nederlandse slachtoffers sinds de Tweede Wereldoorlog. De KNVB herdenkt dan ook de vele leden die tijdens de Tweede wereldoorlog zijn omgekomen. Het herdenkingsmonument in Zeist bevat de namen van 2.212 slachtoffers van ruim 425 voetbalclubs uit 225 plaatsen in Nederland. Op het monument staan de namen van twee VDZ-leden: J. Quadvlieg en F. van Loon.

Jacques Quaedvlieg is in 1943 26 jaar. Jacques is lid van VDZ. Hij woont in Oosterbeek, is kantoorbediende bij de Rubberfabriek in Heveadorp én verzetsman. Van 29 april 1943 t/m 3 mei 1943 leggen 500.000 Nederlanders het werk neer uit protest tegen de Arbeitseinsatz. De staking begint bij machinefabriek Stork in Hengelo en verspreidt zich al snel over heel Nederland. Al snel werd bekend dat je de doodstraf kon krijgen, toch gingen veel mensen door met staken. Daarover gaat het tv-programma Staken op leven en dood. In Gelderland staken duizenden mensen in fabrieken zoals bij motorenfabriek Thomassen te Rheden, meubelfabriek Wébé in Beneden-Leeuwen en Rubberfabriek in Heveadorp.

Op 3 mei 1943 arresteert de Duitse bezetter een groot aantal arbeiders als represaille voor hun deelname aan de April-Meistaking. Tweehonderd stakers worden door de nazi’s gefusilleerd. Negentien van hen, onder wie Jacques Quaedvlieg, worden op 3 mei 1943 op steenworpafstand van VDZ gefusilleerd aan de Waterbergseweg in Arnhem. Dit is nu het fietspad langs het Openluchtmuseum, tegenover begraafplaats Moscowa. Je vindt daar sinds 1950 een verzetsmonument met alle namen.

Van VDZ-lid F. van Loon hebben we over de oorlogsjaren niets in de VDZ-annalen kunnen vinden. Een speurtocht op internet leidt naar een zekere Friederich Kasper van Loon die in April 1945 in Duitsland overleden is. Of dat het VDZ-lid F. van Loon is weten we niet. Wellicht dat een van onze reünisten (Golden Oldies) meer weet.

In het VDZ jubileumboek 75 jaar lezen we over de oorlogsjaren van VDZ onder andere het volgende: door het uitbreken van de oorlog en de bezetting van ons land fuseren de verschillende voetbalbonden. Het eerste elftal wordt in 1940 ingedeeld in de derde klasse van de nieuw gevormde Koninklijke Nederlandsche Voetbal Bond (KNVB). In 1941 viert VDZ officieel haar 15-jarig bestaan. Een lustrumcommissie met als voorzitter de heer J. Weenink wordt belast met de organisatie. Er worden nationale atletiekwedstrijden gehouden, een gekostumeerde voetbalwedstrijd gespeeld en een groot juniorentoernooi georganiseerd.

In April 1943 volgt E. van Amerongen (sr) de heer J.A. Schut op als voorzitter van VDZ in oorlogstijd. Tot Dolle Dinsdag 5 september 1944 wordt er in competitieverband doorgespeeld. Dat was de dag van chaos en gevaar door geruchten dat de bevrijding op handen was. Vanaf dat moment lag, na vier lange oorlogsjaren, het voetbal definitief stil. Net als het sociale leven. Tot en met de bevrijding was Nederland in de greep van bombardementen, terreur en de honger. Pas in het weekend van 4 en 5 november 1945 werd de Nederlandse voetbalcompetitie hervat, precies veertien maanden na Dolle Dinsdag.

Ondanks alle oorlogsellende komt VDZ als vereniging de oorlogstijd goed door en het aantal leden stijgt in die jaren zelfs flink. Het aantal leden bedraagt aan het einde van de oorlog 265. Kleding en schoeisel zijn schaars in die tijd zoals blijkt uit de notulen van de Algemene ledenvergadering in 1945 waarin staat: “leden worden verzocht onderling de schoenen uit te lenen.”